Trebbe Success Stories

In 2009, toen veel aannemers nog dachten dat BIM wel aan ze voorbij zou gaan, liet aannemersbedrijf Trebbe een groep afstudeerders onderzoeken wat BIM precies inhoudt en welke kansen het biedt. Tegen het einde van datzelfde jaar ging de kogel door de kerk: Trebbe zou gaan BIM’men. Drie medewerkers kregen carte blanche om de methodiek in de organisatie met 170 medewerkers te implementeren. Dankzij hun volharding en de bereidheid van de directie om te investeren, loopt Trebbe anno 2013 voorop met BIM.

“Aanvankelijk dachten we dat BIM’men stond voor tekenen in 3D”, zegt Rik Wit, BIM-engineer bij Trebbe. “Ons eerste doel was dus om 3D-software onder de knie te krijgen. De gedachte was toen nog dat we een intern tekenbureau op zouden zetten om de 3D-modellen te maken. Later zouden we er pas achter komen dat BIM veel meer behelst dan modelleren in 3D.” Bij hun zoektocht naar 3D-software kwamen Wit en zijn collega’s al snel bij Autodesk Revit uit, omdat ze gewend waren met AutoCAD te werken. In januari 2010 gingen de drie mannen bij reseller Itannex op Autodesk Revit-cursus. Wit zegt: “Dit was de eerste keer dat ik serieus met 3D-software aan de slag ging, dus ik vond het allemaal erg nuttig. Ik was gewend om mijzelf tekensoftware aan te leren zonder hulp van buitenaf, maar de cursus was geen overbodige luxe. Je leert toch wat handigheidjes om dingen efficiënter aan te kunnen pakken.” Uiteindelijk schafte Trebbe twee licenties voor de Autodesk Building Design Suite Ultimate en tien licenties voor Autodesk Revit  Architecture aan.

Werkvoorbereiders trainen
De volgende stap was de kennis binnen de organisatie te verspreiden. “We zijn begonnen met de werkvoorbereiders”, zegt Wit. “Die zie ik toch als de spil in de informatievoorziening. Zij kunnen Revit gebruiken om de informatie van onderaannemers te bekijken, te controleren en af te stemmen om vervolgens de bouwplaats van informatie te voorzien.” De werkvoorbereiders bij Trebbe reageerden heel verschillend op de aankondiging van de nieuwe werkwijze. Wit herinnert zich: “De een zei: ‘Kom maar hier, waarom heb ik het nog niet?’ terwijl de ander het nut er niet van inzag en zei: ‘Ik doe dit al 20 jaar! De kennis die ik heb opgebouwd, heeft een computer toch niet?’” Die verschillende houdingen vertalen zich gedurende de implementatie naar de snelheid waarmee medewerkers het werken met Revit oppakken. Wit: “Sommige collega’s hebben het na één project al onder de knie, terwijl anderen er drie of vier projecten over doen.”

Wat volgens de BIM-engineer de meeste tijd kost, is dat zijn collega’s de software moeten leren vertrouwen. Hij licht toe: “Als werkvoorbereider ben je 70% van je tijd tekeningen aan het controleren. Het idee van het werken in een 3D-model is enerzijds dat je de tekeningen niet meer naast elkaar hoeft te houden, omdat je alles in één oogopslag kan overzien en anderzijds dat je niet meer alles hoeft te controleren, omdat de software dit voor je doet. Werkvoorbereiders die met Revit beginnen kijken nog steeds alle 2D-tekeningen na. Vervolgens controleren ze ook het 3D-model. Doordat ze de oude manier van werken niet los kunnen laten, kost de nieuwe werkwijze ze in het begin dus juist extra tijd.”

Partners worden teamgenoten
Hoewel de samenwerking met externe partners soms uitdagingen met zich meebracht, verliep deze aanvankelijk beter dan verwacht. Een aangename verrassing was dat veel onderaannemers ook met BIM aan de slag wilden. Wit: “Aanvankelijk waren we van plan om alle 3D-modellen zelf te maken. Toen we erachter kwamen dat veel van onze onderaannemers dit zelf wilden doen, juichten we dit natuurlijk toe. Zij beschikken over de meeste expertise over hun onderdeel. We hebben een ronde gemaakt langs al onze onderaannemers en een aantal goede BIM-partners gevonden.” Dat ging echter niet altijd in één keer goed. Wit en zijn collega’s ondervonden het belang van gelijke verwachtingen. Wit legt uit: “Bij een kennismaking met een nieuwe partner is de eerste vraag: “Wat versta je onder BIM?” ‘Modelleren in 3D’ is dan niet het juiste antwoord. ‘Faalkosten reduceren’ is ook niet genoeg. BIM is een nieuwe manier van samenwerken. Je wordt een projectteam, in plaats van een verzameling verschillende bedrijven. Als een partner dat niet inziet, zal hij ook geen stapje extra zetten om een teamgenoot te helpen en zal het bedrijf ook niet al zijn kennis met de teamgenoten willen delen. Dan werkt het dus niet.” Volgens Wit is het daarnaast van belang dat alle teamleden hun verantwoordelijkheid nemen. “Nu is het zo dat de hoofdaannemer overal eindverantwoordelijk voor is. Maar als je volgens BIM werkt, worden alle teamgenoten gelijkwaardige partners. Dan moet ook iedereen een gedeelte van het risico op zich nemen. Naar die vorm van co-makerschap proberen we nu toe te werken.”

Uitwisseling van modellen
Ook op technisch gebied moest zich nog een en ander uitkristalliseren. Zo werkte de helft van de onderaannemers bijvoorbeeld met andere 3D-programma’s dan Autodesk Revit. Wit: “We wilden ze niet verplichten Revit te gebruiken, dus moesten we hun gegevens steeds naar ons model exporteren. Nog niet alle software sloot goed aan op de uitwisselstandaard, IFC, die we hiervoor gebruiken. Autodesk heeft daar hard aan gewerkt en sinds we met de nieuwste versie, Autodesk Revit 2013, werken, gaat de uitwisseling nagenoeg feilloos.”

Daarnaast moesten Wit en zijn collega’s een goede manier vinden om samen aan een model te werken. Van het idee van één groot model stapte Trebbe al snel af. Dit zou te zwaar worden. Bovendien leverde het problemen op als verschillende mensen tegelijkertijd in dezelfde hoek van een gebouw werkten. Wit vertelt hoe ze hier nu mee omgaan: “Het model dat de architect levert vormt de basis. Voor iedere onderaannemer, bijvoorbeeld de constructeur of de kozijnenleverancier, destilleren we de gegevens uit het basismodel die hij nodig heeft. Daarmee maakt diegene een model voor zijn onderdeel, dat we weer koppelen aan het basismodel. Zo wordt het basismodel een raamwerk van verwijzingen, waarin iedereen zijn eigen verantwoordelijk heeft.”

Eerste project
Met getrainde werkvoorbereiders en geschikte partners paraat, kon Trebbe medio 2010 voor een herontwikkelingsproject op het Utrechtse Kanaleneiland BIM in de praktijk brengen. Het ontwerp lag al klaar, waardoor deze fase afviel, maar de verdere ontwikkeling van het ontwerp gebeurde met een BIM-model. De eerste keer dat de gegevens van de grootste partijen (o.a. constructeur, installateur, breedplaatvloerleverancier en prefab-leverancier) aan elkaar werden gekoppeld, leverde dit 40.000 clashes op. Bij een ‘clash’ sluiten de onderdelen van de verschillende partijen niet goed op elkaar aan. Zonder 3D-software zouden enkele van deze fouten vast ook door de werkvoorbereider ontdekt worden, maar Wit schat in dat het gros pas op de bouwplaats aan het licht zou komen. Alle partijen gingen aan de slag om de clashes op te lossen, en een week later waren het er nog maar 300. Weer een week later waren de partijen erin geslaagd het aantal clashes tot nul te reduceren. In het virtuele model sloten alle onderdelen nu dus op elkaar aan, wat herstelkosten op de bouwplaats voorkwam.

BIM naar de bouwplaats
Acht projecten verder is Trebbe behoorlijk op stoom met BIM, maar Wit en zijn collega’s zijn gedreven om er nog meer uit te halen. De eerstvolgende stap is om BIM naar de bouwplaats te brengen. Nu werken de uitvoerders nog met papieren tekeningen. Als ze straks alles op een tablet kunnen bekijken, hebben ze altijd de meest recente informatie bij de hand. Daarnaast kunnen de werkvoorbereiders dan ook makkelijk informatie naar collega’s en klanten sturen. Wit: “Op termijn is het de bedoeling dat de uitvoerder de status van opleverpunten via zijn tablet naar de klant stuurt, zodat deze continu op de hoogte is.”

Ondertussen blijft Trebbe zoeken naar geschikte partners en manieren om de samenwerking met hen nog beter af te stemmen. Waar Trebbe nu alleen met de grootste onderaannemers volgens BIM werkt, zou het bedrijf dat in de toekomst graag met alle partners op een bouwproject doen. Wit: “In de ideale situatie, waarbij iedereen de juiste informatie op het afgesproken moment en de afgesproken manier levert, moeten we in twee weken met zijn allen van een ontwerp tot een compleet virtueel model kunnen komen. Na die twee weken moet dan niet alleen exact bekend zijn hoe het gebouw in elkaar zit, maar ook hoe het gebouwd gaat worden en hoe het beheer er de komende 50 jaar uit zal zien.”

Customer Story TREBBE (pdf - 177KB)