• Nederland

    We hebben u doorgestuurd naar een vergelijkbare pagina op uw lokale site, waar u de lokale prijzen en aanbiedingen kunt bekijken en online producten kunt kopen.

    Stay on our U.S. site

Keyboard ALT + g to toggle grid overlay

Gids met sneltoetsen voor AutoCAD for Mac

Werk sneller en efficiënter met behulp van de onderstaande sneltoetsen voor AutoCAD for Mac. U kunt een downloadbare lijst met sneltoetsen en opdrachten vinden in de PDF Sneltoetsen voor AutoCAD for Mac.

Ga naar een onderdeel

Sneltoetsen met één toets  |  Schakelaars en schermbeheer

Sneltoetsen:  A-C  |  D-F  |  G-I  |  J-L  | M-O  |  P-R  |  S-U  |  V-X  |  Y, Z, #

AutoCAD for Mac

/maand

AutoCAD for Mac

30 dagen gratis

Sneltoetsen met één toets

Hieronder vindt u de sneltoetsen met één toets voor AutoCAD for Mac. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.

Schakelaars en schermbeheer

Hieronder vindt u een verkorte lijst met opdrachten die in AutoCAD for Mac kunnen worden gebruikt.

Hiermee schakelt u algemene functies in en uit

Cmd-1 Hiermee opent of sluit u het palet Tool Sets
Cmd-2 Hiermee opent of sluit u het palet Content
Cmd-3 Hiermee opent of sluit u het opdrachtvenster
Cmd-4 Hiermee opent of sluit u het palet Layers
Cmd-5 Hiermee opent of sluit u het palet Properties Inspector
Cmd-6 Hiermee schakelt u de statusbalk in en uit
Cmd-7 Hiermee opent of sluit u het palet Reference Manager
Cmd-8 Hiermee opent of sluit u het palet Project Manager
Cmd-9 Hiermee opent of sluit u het palet Material Browser
Cmd-/ Hiermee start u de online help (browser)
Cmd-E Hiermee wordt het dialoogvenster Export Data weergegeven
Cmd-F Hiermee wordt het dialoogvenster Find and Replace weergegeven
Cmd-G Hiermee groepeert u geselecteerde objecten
Cmd-I Hiermee wordt het palet Properties Inspector weergegeven
Cmd-R Hiermee wordt het actieve venster opnieuw gegenereerd
Cmd-W Hiermee wordt de actieve tekening gesloten
Cmd-+ Hiermee wordt twee keer ingezoomd
Cmd-- Hiermee wordt 0,5 keer uitgezoomd
Cmd-, Hiermee wordt het dialoogvenster Application Preferences weergegeven
Cmd-. Hiermee wordt het dialoogvenster Quick View weergegeven
Cmd-Shift-C COPYBASE
Shift-Cmd-; Hiermee wordt het dialoogvenster Check Spelling weergegeven

Schakelaars

Fn-F1 of Cmd-/ Hiermee wordt Help weergegeven
Fn-F2 Hiermee vergroot of verkleint u de weergave van het opdrachtvenster
Fn-F3 of
Ctrl-F of
rl-Shift-F
Hiermee schakelt u de objectmagneetmodus in en uit
Fn-F4 Hiermee schakelt u de magneetmodus voor 3D-objecten in en uit
Fn-F5 Hiermee schakelt u de isoplanemodus in en uit
Fn-F6 of
Cmd-D of
Ctrl-D
Hiermee schakelt u de modus Dynamic UCS in en uit
Fn-F7 of
Ctrl-G of
Ctrl-Shift-G
Hiermee schakelt u de rasterweergave in en uit
Fn-F8 of
Cmd-L of
Shift-Cmd-O
Hiermee schakelt u orthomodus in en uit
Fn-F9 of
Cmd-B of
Ctrl-B
Hiermee schakelt u de modus SNAP in en uit
Fn-F10 of
Cmd-U of
Ctrl-U
Hiermee schakelt u polaire tracking in en uit
Shift-Cmd-D Hiermee schakelt u de modus Dynamic Input in en uit
Shift-Cmd-F Hiermee schakelt u de modus Clean Screen in en uit
Shift-Cmd-I of
Shift-Ctrl-I
Hiermee schakelt u de modus Infer Constraints in en uit
Shift-Cmd-T Hiermee schakelt u tracking met objectmagneten in en uit
Ctrl-I Hiermee schakelt u de weergavemodus voor coördinaten in en uit
Ctrl-W of
Ctrl-Shift-W
Hiermee schakelt u Selection Cycling in en uit
Ctrl-H Hiermee schakelt u PICKSTYLE in en uit
Shift-Cmd-H Hiermee schakelt u de weergave van alle paletten in en uit

Workflow beheren

Cmd-C of Ctrl-C Hiermee worden de geselecteerde objecten naar het klembord gekopieerd
Cmd-E Hiermee wordt het dialoogvenster Export Data weergegeven
Cmd-F Hiermee wordt het dialoogvenster Find and Replace geopend
Cmd-V of Ctrl-V Hiermee plakt u de inhoud van het klembord in de actieve lay-out
Cmd-X of Ctrl-X Hiermee verwijdert u de selectie van de tekening en voegt deze toe aan het klembord
Cmd-Y of Ctrl-Y
of Shift-Cmd-Z
Hiermee wordt het ongedaan maken van een bewerking teruggedraaid
Cmd-Z of Ctrl-Z Hiermee wordt de laatste bewerking ongedaan gemaakt
Ctrl-[ of Ctrl-\ Annuleert
Shift-Cmd-; Hiermee wordt het dialoogvenster Check Spelling weergegeven
Ctrl-J of Ctrl-M Hiermee wordt de laatste opdracht herhaald
Shift-Ctrl-C Hiermee worden de geselecteerde objecten gekopieerd met een opgegeven basispunt
Shift-Ctrl-E Impliciete vlakextrusie (PressPull)

Tekeningen beheren

Cmd-A of Ctrl-A Hiermee worden alle objecten in de actieve lay-out geselecteerd
Cmd-G Hiermee worden de geselecteerde objecten gegroepeerd
Cmd-H Hiermee wordt het AutoCAD-venster verborgen
Cmd-M Hiermee wordt het actieve tekenvenster geminimaliseerd
Cmd-N of Ctrl-N Hiermee wordt een nieuwe tekening gemaakt
Cmd-O of Ctrl-O Hiermee wordt een tekening geopend
Cmd-P of Ctrl-P Hiermee wordt het dialoogvenster Print/Plot weergegeven
Cmd-Q of Ctrl-Q Hiermee sluit het programma
Cmd-R Hiermee wordt het actieve venster opnieuw gegenereerd
Cmd-S of Ctrl-S Hiermee wordt de actieve tekening opgeslagen. Als de tekening nog niet is opgeslagen, wordt het dialoogvenster Save Drawing As weergegeven
Cmd-W Hiermee wordt de actieve tekening gesloten
Cmd-Opt-W Hiermee worden alle tekeningen gesloten
Shift-Cmd-G Hiermee wordt de groepering van de geselecteerde groep ongedaan gemaakt
Shift-Cmd-P Hiermee wordt de Page Setup Manager weergegeven
Shift-Cmd-R Hiermee worden alle vensters in de actieve lay-out opnieuw gegenereerd
Shift-Cmd-S of
Shift-Ctrl-S
Hiermee wordt het dialoogvenster Save Drawing As weergegeven
Ctrl-A Hiermee worden alle objecten in de actieve lay-out geselecteerd
Cmd-Opt-M Hiermee wordt alles geminimaliseerd

Scherm beheren

Fn-F11 Hiermee worden alle geopende vensters verborgen
Fn-F12 Dashboard weergeven
Cmd-1 of Ctrl-3 Hiermee opent of sluit u het palet Tool Sets
Cmd-2 of Ctrl-2 Hiermee wordt het palet Content geopend of gesloten
Cmd-3 of Ctrl-9 Hiermee wordt het opdrachtvenster weergegeven of verborgen
Cmd-4 Hiermee opent of sluit u het palet Layers
Cmd-5 of Cmd-I
of Ctrl-1
Hiermee opent of sluit u het palet Properties Inspector
Cmd-6 Hiermee wordt de weergave van de statusbalk in- en uitgeschakeld
Cmd-7 Hiermee opent of sluit u het palet Reference Manager
Cmd-8 of Ctrl-4 Projectmanager
Cmd-9 Materiaalbrowser
Cmd-0 of Ctrl-0 Hiermee wordt Clean Screen in- en uitgeschakeld
Cmd-- Uitzoomen
Cmd-+ Inzoomen
Cmd-, Opties
Cmd-. of Shift-
Cmd-.
Hiermee wordt het dialoogvenster Quick View weergegeven
Shift-Cmd-C Hiermee wordt het palet Color weergegeven. Hiermee selecteert u een nieuwe actieve kleur voor nieuwe objecten
Cmd-Opt-H Hiermee worden de vensters van alle andere toepassingen verborgen
Cmd-Opt-I Eigenschappen
Cmd-Opt-T Hiermee wordt het palet Toolset in- en uitgeschakeld

A, B, C

A

A ARC / Hiermee wordt een boog gemaakt
AA AREA / Hiermee wordt het oppervlak en de omtrek van objecten of van gedefinieerde gebieden berekend
AC BACTION / Hiermee kunt u een bewerking aan een dynamische blokdefinitie toevoegen
AR ARRAY / Hiermee maakt u meerdere kopieën van objecten in een patroon
ATE ATTEDIT / Hiermee kunt u attribuutgegevens in een blok wijzigen
ATI ATTIPEDIT / Hiermee wordt de tekstinhoud van een attribuut in een blok gewijzigd
ATTE ATTEDIT / Hiermee kunt u attribuutgegevens in een blok wijzigen

B

B BLOCK / Hiermee wordt een blokdefinitie van geselecteerde objecten gemaakt
BC BCLOSE / Hiermee wordt de Block Editor gesloten
BE BEDIT / Hiermee wordt de blokdefinitie in de Block Editor geopend
BH HATCH / Hiermee vult u een ingesloten gebied of geselecteerde objecten op met een arceerpatroon, opvulling in effen kleur of verloopopvulling
BLENDSRF SURFBLEND / Hiermee maakt u een overgangsoppervlak tussen twee bestaande oppervlakken of volumen
BO BOUNDARY / Hiermee wordt een entiteit of een polylijn gemaakt van een ingesloten gebied
BPUB PUBLISH / Hiermee publiceert u een set tekeningen naar PDF-bestanden of printers
BR BREAK / Hiermee wordt het geselecteerde object tussen twee punten gebroken
BS BSAVE / Hiermee wordt de actieve blokdefinitie opgeslagen
BVS VSTATE / Hiermee kunt u een zichtbaarheidsstatus in een dynamisch blok maken, instellen of verwijderen

C

C CIRCLE / Hiermee wordt een cirkel gemaakt
CBAR CONSTRAINTBAR / Een soort werkbalkelement in de gebruikersinterface dat de beschikbare geometrische beperkingen voor een object weergeeft
CH PROPERTIES / Hiermee bepaalt u eigenschappen van bestaande objecten
CHA CHAMFER / Hiermee worden de randen van objecten afgeschuind
CL COMMANDLINE / Hiermee wordt het venster Command Line in- of uitgeschakeld
CLIPVIEWPORT VPCLIP / Hiermee kunt u lay-outvensterobjecten bijsnijden en de vensterrand aanpassen
CO COPY / Hiermee worden objecten over een opgegeven afstand in een opgegeven richting gekopieerd
COL COLOR / Hiermee wordt de kleur van nieuwe objecten ingesteld
COMMANDHIDE COMMANDLINEHIDE / Hiermee wordt het opdrachtregelvenster verborgen
CREASE MESHCREASE / Hiermee worden mesh-subobjecten geselecteerd om te plooien
CREATESOLID SURFSCULPT / Hiermee converteert u een groep oppervlakken die een waterdichte entiteit omsluiten, naar een 3D-volume
CSETTINGS CONSTRAINTSETTINGS / Hiermee bepaalt u de weergave van geometrische beperkingen op beperkingsbalken
CT CTABLESTYLE / Hiermee wordt de naam van de actieve tabelstijl ingesteld
CUBE NAVVCUBE / Hiermee bepaalt u de zichtbaarheid en de weergave-eigenschappen van de tool ViewCube
CURVATURE ANALYSIS ANALYSISCURVATURE / Hiermee worden gebieden met sterke en zwakke oppervlakkrommingen geëvalueerd door een kleurverloop weer te geven
AANPASSEN CUI / Hiermee kunt u de aangepaste elementen van de gebruikersinterface beheren
CYL CYLINDER / Hiermee wordt een 3D-cilindervolume gemaakt

D, E, F

D

D DIMSTYLE / Hiermee worden maatvoeringsstijlen gemaakt en gewijzigd
DAL DIMALIGNED / Hiermee wordt een uitgelijnde lineaire maatvoering gemaakt
DAN DIMANGULAR / Hiermee wordt een hoekbemating gemaakt
DAR DIMARC / Hiermee wordt de maatvoering van een booglengte bepaald
DBA DIMBASELINE / Hiermee maakt u een lineaire maatvoering, hoekbemating of bemating met coördinaten vanaf de basislijn van de vorige of geselecteerde bemating
DCE DIMCENTER / Hiermee maakt u het hartpunt of de hartlijnen van cirkels en bogen
DCO DIMCONTINUE / Hiermee wordt een maatvoering gemaakt die begint bij een extensielijn van een eerder gemaakte maatvoering
DCON DIMCONSTRAINT / Hiermee worden maatvoeringsbeperkingen toegepast op geselecteerde objecten of punten op objecten
DDA DIMDISASSOCIATE / Hiermee wordt de associativiteit van geselecteerde maatvoeringen verwijderd
DDI DIMDIAMETER / Hiermee wordt een diameterbemating voor een cirkel of boog gemaakt
DDPTYPE PTYPE / Hiermee wordt de weergavestijl en de grootte van puntobjecten bepaald
DDVPOINT VPOINT / Hiermee kunt u de gezichtshoek instellen voor een 3D-visualisatie van de tekening
DED DIMEDIT / Hiermee worden maatvoeringstekst en extensielijnen bewerkt
DELCON DELCONSTRAINT / Hiermee worden alle geometrische en bematingsbeperkingen verwijderd van een selectiegroep met objecten
DI DIST / Hiermee meet u de afstand en hoek tussen twee punten
DIV DIVIDE / Hiermee plaatst u puntobjecten of blokken gelijkmatig langs de lengte of omtrek van een object
DJL DIMJOGLINE / Hiermee kunt u een zigzaglijn aan een lineaire of uitgelijnde bemating toevoegen of eruit verwijderen
DJO DIMJOGGED / Hiermee worden verschoven maatvoeringen voor cirkels en bogen gemaakt
DL DATALINK / Hiermee wordt het dialoogvenster Data Link weergegeven
DLI DIMLINEAR / Hiermee wordt een lineaire maatvoering gemaakt
DLU DATALINKUPDATE / Hiermee worden gegevens naar of uit een bestaande externe gegevenskoppeling bijgewerkt
DO DONUT / Hiermee wordt een opgevulde cirkel of brede ring gemaakt
DOR DIMORDINATE / Hiermee worden maatvoeringen met coördinaten gemaakt
DOV DIMOVERRIDE / Hiermee worden overschrijvingen van systeemvariabelen bepaald die in geselecteerde bematingen zijn gebruikt
DR DRAWORDER / Wijzigt de tekenvolgorde van beelden en andere objecten
DRA DIMRADIUS / Hiermee wordt een maatvoering voor een straal van een cirkel of boog gemaakt
DRAFTANGLE ANALYSIS ANALYSISDRAFTANGLE / Hiermee wordt geëvalueerd of een model voldoende lossing tussen een onderdeel en zijn mal heeft
DRE DIMREASSOCIATE / Hiermee worden geselecteerde maatvoeringen (opnieuw) aan objecten of punten op objecten gekoppeld
DRM DRAWINGRECOVERY / Hiermee kunt u een lijst met tekeningbestanden weergeven die hersteld kunnen worden nadat er een fout in het programma of systeem is opgetreden
DS DSETTINGS / Hiermee stelt u het magnetisch raster, polaire en objectmagneettracking, de objectmagneetmodi, Dynamic Input en Quick Properties in
DT TEXT / Hiermee wordt een tekstobject van één regel gemaakt
DV DVIEW / Hiermee definieert u parallelprojecties of perspectiefaanzichten door een camera en doel te gebruiken

E

E ERASE / Hiermee worden objecten uit een tekening verwijderd
ED DDEDIT / Hiermee worden regeltekst, maatvoeringstekst, attribuutdefinities en controlekaders bewerkt
EL ELLIPSE / Hiermee wordt een ellips of ellipsvormige boog gemaakt
ER EXTERNALREFERENCES / Hiermee wordt het palet External References geopend
EX EXTEND / Hiermee worden objecten uitgerekt tot de randen van andere objecten
EXIT QUIT / Hiermee wordt het programma afgesloten
EXP EXPORT / Hiermee worden de objecten in een tekening opgeslagen naar een andere bestandsindeling
EXT EXTRUDE / Hiermee worden de bematingen van een 2D-object of 3D-vlak uitgebreid naar een 3D-ruimte
EXTENDSRF SURFEXTEND / Hiermee creëert u een nieuw oppervlak door het bestaande oppervlak te verlengen

F

F FILLET / Hiermee worden de randen van objecten rondgemaakt en afgerond
FILLETSRF FILTER / Hiermee creëert u een nieuw oppervlak door het bestaande oppervlak te filteren
FREEPOINT POINTLIGHT / Hiermee wordt een lichteffect gemaakt dat vanuit een bepaald standpunt in alle richtingen uitstraalt
FSHOT FLATSHOT / Hiermee wordt een 2D-weergave van alle 3D-objecten op basis van het actieve aanzicht gemaakt
FULLSCREEN CLEANSCREENON / Hiermee wist u de menubalk en alle paletten van het scherm
FULLSCREENOFF CLEANSCREENOFF / Hiermee kunt u de weergave herstellen zoals deze was voordat CLEANSCREENON werd gebruikt

G, H, I

G

G GROUP / Hiermee worden opgeslagen sets objecten (groepen) gemaakt en beheerd
GCON GEOCONSTRAINT / Hiermee vult u een gesloten gebied of geselecteerde objecten met een opvulling met kleurovergang
GD GRADIENT / Hiermee vult u een ingesloten gebied of geselecteerde objecten met een gradiëntopvulling
GENERATESECTION SECTIONPLANETOBLOCK / Hiermee worden 2D- en 3D-doorsneden als blokken opgeslagen

H

H HATCH / Hiermee vult u een ingesloten gebied of geselecteerde objecten op met een arceerpatroon, opvulling in effen kleur of verloopopvulling
HB HATCHTOBACK / Hiermee stelt u de tekenvolgorde zo in dat alle arceringen in de tekening zich achter alle overige objecten bevinden
HE HATCHEDIT / Hiermee wordt een bestaande arcering of opvulling gewijzigd
HI HIDE / Hiermee wordt opnieuw een 3D-draadmodel gegenereerd met onderdrukte verborgen lijnen

I

I INSERT / Hiermee wordt een blok of tekening in de actieve tekening ingevoegd
IAD IMAGEADJUST / Hiermee bepaalt u de beeldweergave van de waarden van helderheid, contrast en fade op afbeeldingen
IAT IMAGEATTACH / Hiermee wordt een verwijzing naar een beeldbestand ingevoegd
ICL IMAGECLIP / Hiermee wordt de weergave van een geselecteerde afbeelding bijgesneden op een gespecificeerde grens
ID ID / Hiermee worden de UCS-coördinaatwaarden van een gespecificeerde locatie weergegeven
IM IMAGE / Hiermee wordt het palet External References weergegeven
IMP IMPORT / Hiermee worden bestanden met verschillende indelingen in de actieve tekening geïmporteerd
IN INTERSECT / Hiermee wordt een 3D-volume, -oppervlak of 2D-entiteit gemaakt van overlappende volumen, oppervlakken of entiteiten
INF INTERFERE / Hiermee wordt een tijdelijk 3D-volume gemaakt van de interferenties tussen twee sets geselecteerde 3D-volumen
ISOLEREN ISOLATEOBJECTS / Hiermee worden geselecteerde objecten op verschillende lagen weergegeven; niet-geselecteerde objecten worden verborgen

J, K, L

J

J JOIN / Hiermee voegt u vergelijkbare objecten samen tot één ononderbroken object
JOG DIMJOGGED / Hiermee worden verschoven maatvoeringen voor cirkels en bogen gemaakt
JOGSECTION SECTIONPLANEJOG / Hiermee kunt u een snijvlak maken dat meerdere segmenten heeft

K

L

L LINE / Hiermee worden rechte lijnsegmenten gemaakt
LA LAYER / Hiermee worden lagen en laageigenschappen beheerd
LAS LAYERSTATE / Hiermee kunt u benoemde laagstatussen opslaan, herstellen en beheren
LAYERFREEZE LAYFRZ / Hiermee kunt u de laag met het geselecteerde object bevriezen
LAYERHIDE LAYOFF / Hiermee wordt de laag van een geselecteerd object uitgeschakeld
LAYERI SOLATE LAYISO / Hiermee worden alle lagen, behalve die van de geselecteerde objecten, verborgen of vergrendeld
LAYERL OCK LAYLCK / Hiermee wordt de laag van een geselecteerd object vergrendeld
LAYERMAKE CURRENT LAYMCUR / Hiermee wordt de actieve laag ingesteld op die van een geselecteerd object
LAYERMATCH LAYMCH / Hiermee wijzigt u de laag van een geselecteerd object zodat deze met de doellaag overeenkomt
LAYERUNISOLATE LAYUNISO / Hiermee worden alle lagen die met de opdracht LAYISO verborgen of vergrendeld zijn, hersteld
LAYERUNLOCK LAYULK / Hiermee wordt de laag van een geselecteerd object ontgrendeld
LE QLEADER / Hiermee maakt u een verwijslijn en een verwijslijnbijschrift
LEN LENGTHEN / Hiermee wijzigt u de lengte van objecten en de betreffende hoek van bogen
MINDER MESHSMOOTHLESS / Hiermee verlaagt u het vloeiendheidsniveau voor meshobjecten met één stap
LI LIST / Hiermee worden eigenschapsgegevens voor geselecteerde objecten weergegeven
LO LAYOUT / Hiermee maakt en wijzigt u lay-outtabbladen van een tekening
LT LINETYPE / Hiermee worden lijntypen geladen, ingesteld en gewijzigd
LTS LTSCALE / Hiermee kunt u de schaalfactor voor lijntypen voor alle objecten in de tekening instellen
LW LWEIGHT / Hiermee kunt u de actieve lijndikte, weergaveopties voor lijndikte en lijndikte-eenheden instellen

M, N, O

M

M MOVE / Hiermee worden objecten over een opgegeven afstand in een opgegeven richting verplaatst
MA MATCHPROP / Hiermee kunt u de eigenschappen van een geselecteerd object toepassen op andere objecten
ME JOIN / Hiermee voegt u vergelijkbare objecten samen tot één ononderbroken object
MEA MEASUREGEOM / Hiermee wordt de afstand, straal, hoek, het gebied en het volume van geselecteerde objecten of van een reeks punten gemeten
MI MIRROR / Hiermee wordt een gespiegelde kopie van geselecteerde objecten gemaakt
ML MLINE / Hiermee worden meerdere parallelle lijnen gemaakt
MLA MLEADERALIGN / Hiermee worden multi-verwijslijnobjecten uitgelijnd op een vaste onderlinge afstand
MLC MLEADERCOLLECT / Hiermee worden geselecteerde multi-verwijslijnen die blokken bevatten, in rijen en kolommen ingedeeld, en wordt het resultaat in een enkele verwijslijn weergegeven
MLD MLEADER / Hiermee wordt een multi-verwijslijnobject gemaakt
MLE MLEADEREDIT / Hiermee worden verwijslijnen toegevoegd aan of verwijderd uit een multi-verwijslijnobject
MLS MLEADERSTYLE / Hiermee kunt u multi-verwijslijnstijlen maken en wijzigen
MO PROPERTIES / Hiermee bepaalt u eigenschappen van bestaande objecten
MORE MESHSMOOTHMORE / Hiermee verhoogt u het vloeiendheidsniveau voor meshobjecten met één stap
MS MSPACE / Hiermee schakelt u van het papierkader naar een werkvlakvenster
MT MTEXT / Hiermee wordt een alineatekstobject gemaakt
MV MVIEW / Hiermee worden lay-outvensters gemaakt en beheerd

N

NETWORKSRF SURFNETWORK / Hiermee maakt u niet-planaire oppervlakken in de ruimte tussen randsubobjecten, splines en andere 2D- en 3D-krommen
NEWPROJECT NEWSHEETSET / Hiermee maakt u een nieuw projectgegevensbestand (DST) waarmee u de lay-outs, bestandspaden en projectgegevens van een tekening beheert
NVIEW VIEW / Hiermee worden benoemde aanzichten, camera-aanzichten, lay-outaanzichten en vooraf ingestelde aanzichten opgeslagen en hersteld

O

O OFFSET / Hiermee maakt u concentrische cirkels, evenwijdige lijnen en evenwijdige bogen
OBJECTSELECTION LIMIT OPTIONS / Hiermee worden de programmainstellingen aangepast
OFFSETSRF SURFOFFSET / Hiermee maakt u een parallel oppervlak of volume door een verschuivingsafstand vanaf een oppervlak in te stellen
OP OPTIONS / Hiermee worden de programmainstellingen aangepast
OPENPROJECT SURFOFFSET / Hiermee maakt u een parallel oppervlak of volume door een verschuivingsafstand vanaf een oppervlak in te stellen
ORBIT 3DORBIT / Hiermee wordt het aanzicht in 3D-ruimte geroteerd, maar beperkt tot een horizontale en verticale cirkel
OS OSNAP / Hiermee worden objectmagneten ingesteld

P, Q, R

P

P PAN / Hiermee wordt de weergave vlak ten opzichte van het scherm geplaatst
PA PASTECLIP / Hiermee plakt u objecten van het klembord in de actieve tekening
PALETTE SCLOSE TOOLSETSCLOSE / Hiermee wordt het venster toolpaletten gesloten
PAR PARAMETERS / Hiermee bepaalt u de associatieve parameters die in de tekening gebruikt worden
PARAM BPARAMETER / Hiermee voegt u een parameter met grips aan een dynamische blokdefinitie toe
PATCH SURFPATCH / Hiermee maakt u een nieuw oppervlak door over de rand van een oppervlak een boog te plaatsen die een gesloten lus vormt
PE PEDIT / Hiermee worden polylijnen en 3D-polygoonmeshes bewerkt
PGP ALIASEDIT / Hiermee kunt u AutoCAD-opdrachtaliassen maken, wijzigen en verwijderen
PL PLINE / Hiermee wordt een 2D-polylijn gemaakt
PM SHEETSET / Hiermee wordt de Project Manager geopend
PMAUTOOPEN SSMAUTOOPEN / Hiermee regelt u het weergavegedrag van de Project Manager wanneer een tekening geopend wordt die aan een lay-out gekoppeld is
PMFOUND SSFOUND / Geeft het pad en de bestandsnaam weer als een zoekopdracht voor een projectbestand geslaagd is
PMHIDE SHEETSETHIDE / Hiermee wordt de Project Manager gesloten
PMLAYOUT STATUS SMSHEETSTATUS / Hiermee wordt bepaald hoe de statusgegevens in een project worden vernieuwd
PMLOCATE SSLOCATE / Hiermee regelt u of het project dat aan een tekening gekoppeld is, gezocht en geopend wordt wanneer de tekening geopend wordt
PMPOLLTIME SSMPOLLTIME / Hiermee wordt het tijdsinterval tussen automatische vernieuwingen van de statusgegevens in een project bepaald
PMSTATE SSMSTATE / Hiermee wordt aangegeven of het venster Project Manager geopend of gesloten is
PO POINT / Hiermee wordt een puntobject gemaakt
POFF HIDEPALETTES / Hiermee worden alle weergegeven paletten, inclusief het opdrachtvenster, verborgen
POINTOFF CVHIDE / Hiermee verbergt u de stuurhoekpunten voor zowel NURBS-oppervlakken als -krommen
POINTON CVSHOW / Hiermee geeft u de stuurhoekpunten voor zowel NURBS-oppervlakken als -krommen weer
POL POLYGON / Hiermee wordt een gelijkzijdige gesloten polylijn gemaakt
PON SHOWPALETTES / Hiermee herstelt u de weergave van verborgen paletten
PR PROPERTIES / Hiermee wordt het palet Properties weergegeven
PRCLOSE PROPERTIESCLOSE / Hiermee sluit u het palet Properties Inspector
PRE PREVIEW / Hiermee geeft u de tekening weer zoals deze geplot gaat worden
PREF OPTIONS / Hiermee worden de programmainstellingen aangepast
AFDRUKKEN PLOT / Hiermee plot u een tekening naar een plotter, printer of bestand
PS PSPACE / Hiermee schakelt u van een werkvlakvenster naar het papierkader
PSOLID POLYSOLID / Hiermee wordt een polyvolume zoals een 3D-muur gemaakt
PU PURGE / Hiermee kunt u ongebruikte items, zoals blokdefinities en lagen, uit de tekening verwijderen
PYR PYRAMID / Hiermee wordt een 3D-volumepiramide gemaakt

Q

QSAVE QSAVE / Hiermee wordt de actieve tekening opgeslagen
QVD QUICKVIEW / Hiermee wordt een lijst weergegeven van alle geopende tekeningen en de lay-outs in de actieve tekening, of de geselecteerde tekening als er meer dan één tekening geopend is

R

R REDRAW / Hiermee kunt u de weergave in het actieve venster vernieuwen
RA REDRAWALL / Hiermee kunt u de weergave in alle vensters vernieuwen
RE REGEN / Hiermee kunt u de volledige tekening van het actieve venster opnieuw genereren
REA REGENALL / Hiermee kunt u de tekening opnieuw genereren en alle vensters vernieuwen
REBUILD CVREBUILD / Hiermee wordt de vorm van een NURBS-oppervlak of -kromme opnieuw opgebouwd
REC RECTANG / Hiermee wordt een rechthoekige polylijn gemaakt
REFINE MESHREFINE / Hiermee worden meshobjecten verfijnd
REG REGION / Hiermee kunt u een object dat een gebied omsluit, omzetten in een entiteitobject
REN RENAME / Hiermee wijzigt u de namen die worden toegewezen aan items zoals lagen en maatvoeringsstijlen
REV REVOLVE / Hiermee wordt een 3D-volume of -oppervlak gemaakt door een 2D-object rond een as te sturen
RO ROTATE / Hiermee worden objecten rond een basispunt geroteerd
RR RENDER / Hiermee maakt u een fotorealistisch of realistisch ingekleurd beeld aan van een 3D-volumemodel of -oppervlakmodel
RW RENDERWIN / Hiermee wordt het venster Render weergegeven zonder dat de renderbewerking gestart wordt

S, T, U

S

S STRETCH / Hiermee worden objecten uitgerekt die door een selectievenster of veelhoek gekruist worden
SC SCALE / Hiermee worden geselecteerde objecten vergroot of verkleind, maar blijven de proporties van het object na het verschalen hetzelfde
SCR SCRIPT / Hiermee voert u een reeks opdrachten uit via een scriptbestand
SE DSETTINGS / Hiermee stelt u het magnetisch raster, polaire en objectmagneettracking, de objectmagneetmodi en Dynamic Input in
SEC SECTION / Hiermee wordt het snijpunt van een vlak gebruikt met volumen, oppervlakken of mesh om een entiteit te maken
SELECTIONLIMIT PROPOBJLIMIT / Hiermee wordt het maximale aantal objecten bepaald dat tegelijkertijd kan worden gewijzigd met de Properties Inspector
SET SETVAR / Hiermee kunt u de waarde van systeemvariabelen weergeven of wijzigen
SHA SHADEMODE / Hiermee wordt de opdracht VSCURRENT gestart
SL SLICE / Hiermee maakt u nieuwe 3D-volumen en oppervlakken door bestaande objecten door te snijden (te verdelen)
SMOOTH MESHSMOOTH / Hiermee converteert u 3D-volumen, oppervlakken en oude meshobjecten naar verbeterde meshobjecten om te profiteren van functies als vloeiend maken, verfijnen, plooien en opsplitsen
SN SNAP / Hiermee beperkt u de bewegingen van de cursor tot bepaalde intervallen
SO SOLID / Hiermee maakt u opgevulde drie- en vierhoeken
SP SPELL / Hiermee wordt de spelling in een tekening gecontroleerd
SPE SPLINEDIT / Hiermee wordt een spline of polylijn met spline-aanvulling bewerkt
SPL SPLINE / Hiermee wordt een vloeiende kromme gemaakt die door of vlakbij opgegeven punten loopt
SPLANE SECTIONPLANE / Hiermee maakt u een doorsnedeobject dat als snijvlak door 3D-objecten dient
SPLAY SECTIONPLANE / Hiermee maakt u een of meer doorsnedeobjecten en plaatst u deze in een 3D-model
SPLIT MESHSPLIT / Hiermee wordt een meshvlak in twee vlakken opgesplitst
SSM SHEETSET / Hiermee wordt de Sheet Set Manager geopend
ST STYLE / Hiermee kunt u tekststijlen maken, wijzigen of opgeven
SU SUBTRACT / Hiermee worden geselecteerde 3D-volumen, -oppervlakken of 2D-entiteiten gemaakt door aftrekking

T

T MTEXT / Hiermee wordt een alineatekstobject gemaakt
TA TEXTALIGN / Hiermee lijnt u meerdere tekstobjecten verticaal, horizontaal of schuin uit
TB TABLE / Hiermee wordt een leeg tabelobject gemaakt
TEDIT TEXTEDIT / Hiermee bewerkt u een maatvoeringsbeperking, maatvoering of tekstobject
TEXTSTYLE EDIT STYLE / Hiermee kunt u tekststijlen maken, wijzigen of opgeven
TH THICKNESS / Hiermee wordt de eigenschap van de standaard 3D-dikte ingesteld bij het maken van 2D-geometrische objecten
TI TILEMODE / Regelt of het papierkader toegankelijk is
TO TOOLSETS / Hiermee wordt het palet Tool Sets geopend
TOL TOLERANCE / Hiermee worden geometrische toleranties gemaakt die zich in een controlekader voor eigenschappen bevinden
TOR TORUS / Hiermee wordt een 3D-volume in de vorm van een torus gemaakt
TP CONTENT / Hiermee wordt het palet Content geopend
TR TRIM / Hiermee worden objecten bijgesneden tot de randen van andere objecten

U

U UNDO / Hiermee wordt de laatste bewerking ongedaan gemaakt
UC UCSMAN / Hiermee worden gedefinieerde gebruikerscoördinatensystemen beheerd
UN UNITS / Hiermee kunt u de weergave en precisie van coördinaten en hoeken instellen
VOUWEN MESHUNCREASE / Hiermee verwijdert u plooien van geselecteerde meshobjecten
UNHIDE UNISOLATEOBJECTS / Hiermee geeft u objecten weer die eerder met de opdracht ISOLATEOBJECTS of HIDEOBJECTS zijn verborgen
UNI UNION / Hiermee worden twee volumen of twee entiteitobjecten verenigd

V, W, X

V

V VIEW / Hiermee worden benoemde aanzichten, camera-aanzichten, lay-outaanzichten en vooraf ingestelde aanzichten opgeslagen en hersteld
VIEWPORTCLIP VPCLIP / Hiermee kunt u lay-outvensterobjecten bijsnijden en de vensterrand aanpassen
VP VPOINT / Hiermee kunt u de gezichtshoek instellen voor een 3D-visualisatie van de tekening
VPLAY VIEWPLAY / Hiermee wordt de animatie afgespeeld die aan een benoemd aanzicht is gekoppeld
VPORT VPORTS / Hiermee kunt u meerdere vensters in een werkvlak of papierkader maken
VS VSCURRENT / Hiermee wordt de visuele stijl in het actieve venster ingesteld

W

W WBLOCK / Hiermee kunt u objecten of een blok naar een nieuw tekenbestand wegschrijven
WE WEDGE / Hiermee wordt een 3D-volumewig gemaakt
WHEEL NAVSWHEEL / Hiermee wordt een wiel weergegeven dat een collectie van weergave-navigatiehulpmiddelen bevat

X

X EXPLODE / Hiermee kunt u een samengesteld object opsplitsen in de verschillende delen
XA XATTACH / Hiermee wordt een DWG-bestand ingevoegd als een extern referentiebestanden (xref)
XB XBIND / Hiermee kunt u een of meer definities van benoemde objecten in een xref in de actieve tekening opnemen
XC XCLIP / Hiermee wordt de weergave van een geselecteerde referentietekening of blokreferentie bijgesneden op een gespecificeerde grens
XL XLINE / Hiermee wordt een lijn van oneindige lengte gemaakt
XR XREF / Hiermee wordt de opdracht EXTERNALREFERENCES gestart

Y, Z, #

Y

Z

Z ZOOM / Hiermee kunt u in- of uitzoomen op het aanzicht in het actieve venster
ZEBRA ANALYSISZEBRA / Hiermee projecteert u strepen op een 3D-model om de continuïteit van oppervlakken te analyseren
ZIP ETRANSMIT / Hiermee kunt u een zelfuitpakkend of gezipt verzendingspakket maken

#

3A 3DARRAY / Hiermee maakt u kopieën van objecten in een 3D-patroon
3AL 3DALIGN / Hiermee worden objecten in 3D uitgelijnd
3DMIRROR MIRROR3D / Hiermee kunt u objecten ten opzichte van een gegeven vlak spiegelen
3DO 3DORBIT / Hiermee wordt het aanzicht in 3D-ruimte geroteerd, maar beperkt tot een horizontale en verticale cirkel
3F 3DFACE / Hiermee kunt u een 3D-veelvlakmesh maken door elk hoekpunt op te geven; daarnaast kunt u opgeven of een randsegment onzichtbaar moet zijn of niet
3M 3DMOVE / Hiermee verplaatst u geselecteerde objecten langs een as of vlak
3P 3DPOLY / Hiermee wordt een 3D-polylijn gemaakt
3R 3DROTATE / Hiermee roteert u geselecteerde objecten rond een opgegeven as
ARU ACTUSERINPUT / Hiermee wordt gepauzeerd voor gebruikersinvoer in een actiemacro
3S 3DSCALE / Hiermee schaalt u geselecteerde objecten langs een opgegeven vlak of as, of gelijkmatig langs alle drie de assen

Nu downloaden

  • Aan de slag gaan is eenvoudig. Download een gratis testversie van 30 dagen en probeer het uit. De producten hebben flexibele abonnementsvoorwaarden die aansluiten op uw behoeften.

AutoCAD for Mac

/ maand (inclusief geschatte btw)

AutoCAD for Mac

30 dagen gratis